Publicatie: Nieuw onderzoek brengt de beleidsinstrumenten in kaart die het gebruik van biomaterialen in Nederland kunnen sturen

Uit nieuw onderzoek van TheRockGroup, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), blijkt dat Nederland al over een breed scala aan beleidsinstrumenten beschikt om de bio-economie te bevorderen, maar dat deze elkaar te vaak tegenwerken, waardoor ze minder effectief zijn.
Het rapport uit 2026 ‘Onderzoek naar effectieve beleidsinstrumenten voor biogrondstoffen’ beantwoordt de vraag: welke beleidsinstrumenten kunnen bijdragen aan een klimaatrechtvaardig, duurzaam en veerkrachtig gebruik van biomaterialen in Nederland richting 2050, met specifieke aandacht voor cascadering, totaalgebruik en vraagreductie?
Het onderzoek richt zich op twee stromen die zijn gekozen vanwege hun volume, beleidsrelevantie en contrasterende uitdagingen: hout en reststromen die momenteel hoofdzakelijk worden gecomposteerd (brongescheiden organisch afval en gft-afval).
Als onderdeel van het onderzoek heeft TheRockGroup Nederlandse en internationale beleidsinstrumenten geïnventariseerd en beoordeeld, stakeholderconsultaties gehouden over de houtketen en composteerbare materialen met verwerkers, gemeenten, brancheverenigingen, kennisinstellingen en beleidsmakers, en een systeemkaart van de biogrondstoffenketen opgesteld met behulp van causale lusdiagrammen. Internationale best practices uit Vlaanderen, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk, Zweden en Frankrijk dienden als referentie. Het onderzoek werd begeleid door een commissie van beleidsambtenaren van LVVN, Rijkswaterstaat, I&W en EZK.
De belangrijkste uitdagingen en kansen
Het rapport identificeert acht centrale uitdagingen en vertaalt deze naar vijf beleidsopties, beoordeeld op effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid en rechtvaardigheid:
- Het verhogen van de minimumnorm voor composteerbare materialen, zodat de reeds toegestane maar onbenutte route van vergisting wordt gevolgd.
- Het verhogen van de minimumnorm voor hout van verbranding naar recycling, gekoppeld aan investeringssteun voor recyclingcapaciteit.
- Het vereenvoudigen van de status van einde-afval en vergunningsprocessen voor innovatieve verwerking, voor zowel hout als composteerbare materialen.
- Het activeren van de bestaande scheidingsplicht voor bio-afval voor bedrijven, die momenteel nauwelijks wordt gehandhaafd.
- Het stimuleren van financiële waardering van de (positieve) maatschappelijke effecten van biogene stromen.
Wat opvalt is dat vier van de vijf opties zijn gebouwd op instrumenten die al bestaan. De meest kansrijke route is niet nieuwe wetgeving, maar het activeren, aanscherpen of repareren van wat er al op papier staat.
De volgende stappen naar een circulaire bio-economie
De opties werken het best als een samenhangend pakket. Het rapport groepeert ze in twee pilotclusters: het activeren van bestaand beleid op de korte termijn (de minimumnormen voor organisch afval en hout, plus handhaving van de scheidingsplicht en betere monitoring) en het aanpassen van de onderliggende systeemregels op de middellange termijn (afvalstatus, vergunningverlening en de financiële waardering van maatschappelijke baten). Voor elke stap zet het rapport uiteen welk ministerie, welke uitvoeringsinstantie en welk overheidsniveau aan de knoppen zit.
Voor vragen en opmerkingen over het onderzoek kunt u contact opnemen met Cas Smitsmans via cas.smitsmans@therockgroup.biz.
Voor mediavragen kunt u contact opnemen met connect@therockgroup.biz



.png)

